· 

Het sprookje van Merijn Scheperkamp

Met een baard van tape en pleisters staat Merijn Scheperkamp op de medaillefoto bij het inline skaten. Hij viel in de finale van de 500 meter op zijn kin, reed door, werd vierde en dat was net genoeg voor een bronzen medaille in het algemeen klassement. “Supervet om een Jeugd olympische medaille te halen. Hij is zwaar, het lintje is vet en die ringen staan er op. Mooi.”

 

De 18-jarige Scheperkamp heeft getwijfeld of hij wel naar Buenos Aires moest gaan. “Het schaatsseizoen staat alweer op het punt van beginnen, maar na overleg met de coaches hebben we al snel gezegd dat de Spelen een unieke ervaring kan zijn en dat ik het niet mocht laten schieten. En nu pak ik een medaille: geweldig.”

 

Het goud was voor een Colombiaan en dat is niet verwonderlijk. In Colombia wordt skaten serieus genomen en is schaatsen de grote onbekende. Ook al verscheen topskeeleraar Pedro Causil dit jaar op de Winterspelen op het ijs. Ze komen er blijkbaar aan, maar voor Colombianen telt niet het ijzer, maar de rolletjes. Scheperkamp begon op 7-jarige leeftijd met schaatsen en van daaruit kwam het rijden op asfalt en skatebanen erbij. “Toen ik ook wedstrijden ging doen, ging dat heel goed en zo is het in een stijgende lijn gegaan. Nu combineer ik het: schaatsen maakt mij sterker bij het skaten en andersom.”

 

In Buenos Aires kijkt Scheperkamp met verwondering en plezier om zich heen. Het olympisch dorp ziet er uit zoals je het verwacht van een Olympische Spelen: vlaggen op de balkons en uit de ramen. Op het plein van het dorp lopen alle sporters door elkaar heen. “Ik dacht dat alles kleinschaliger zou zijn, maar het is echt groot. Veel groter dan ik had verwacht. Al die vlaggen, het is een beetje alsof ik in een sprookje zit."

 

Maar het sprookje ‘Merijn, de val en het brons’ eindigt niet met het mijmeren over de behaalde medaille en de opgedane ervaringen. Op zijn kamer liggen zijn schoolboeken op hem te wachten. “Ik moet wel wat doen deze dagen. Een uurtje per dag of zo. Het is wel even raar, maar voor wat hoort wat! Ik probeer beide zo goed mogelijk te doen, dus dan hoort dit er ook even bij.”